Uranoniem
Doeko L., donderdag 18 mei 2006
Waarvan we splijt hebben
dat zeggen we nooit,
want we stellen ons op –
niet achterbaks, nooit helemaal oneerlijk
– ieder op ons middenveld.
Je hebt mijn hoofd aan als ik je zachtjes ruggengraat en
waar ik zou vallen daar is altijd al een sponsachtig koraal geweest
Als ik tegen je zeg: “Niks is meer de moeite waard”
wil je steevast lepeltje-lepeltje tegen me aan
op de rechter helft
op de rechter helft
op de rechter helft
Ze is mooi, zoniet prachtig met haar gave
haar bloed vanonder d’r nagels in mij te doen
Zoals ze waakt wil ik haar aankijken en net doen
alsof ze gevechten voert met seks - met mij desnoods
of films nadoet, of spugen moet, of ineens weg
Als ze anders dan in films eindelijk slaapt, zegt ze:
“Ik wil dat je splijt hebt van mij.”
“Ben je een Chineesje”, antwoord ik
waarop ik mijn rug opdraai.

0 Comments:
Een reactie plaatsen
<< terug